Selecteer een pagina

Poekie bepaald

WAT ER IN HET KOPPIE ZIT

Een lief poesje met een eigen willetje, ze luistert alleen als het haar uitkomt. Ze is gechipt en geholpen, maar buiten is het gewoon te gevaarlijk. Poekie woont dus binnen en daar is ze het niet altijd mee eens. Zodra ze het tuinhekje hoort snelt zij naar de voordeur om ‘de bezoeker’ te verwelkomen. Al mauwend loopt ze tussen de lamellen of staat ze rechtop voor het ruitje van de voordeur te miewen. Er woont hier een gezin met jonge kinderen en ze is gewend dat er veel bedrijvigheid is. Dat is deze dagen wel anders, ze kan heerlijk bijslapen.

Ze staat wel voor de deur te dringen, maar loopt eigenlijk altijd voor mij uit naar het woongedeelte. Daar schuif ik de lamellen open en zet ook de schuifdeur (waar een hor voor zit) open. Niets kan tippen aan buitenlucht. Wat zit ze daar toch graag. Tot die ene avond dat dit watervlugge slanke poesje besluit langs me te glippen. Roetsj de deur uit over het muurtje en onder de auto van de buren. De voordeur laat ik open zodat ze terug kan en spurt buitenom naar de andere kant van de auto. Flink stampvoetend hoop ik haar weer naar binnen te ‘jagen’. Fout gedacht … ze is helemaal niet onder de indruk van mijn herrie, maar wil gewoon niet gepakt worden. Ik zie haar springen naar een mugje in eigen tuin en hopla door naar de volgende buurtuin. Zo laat ze mij lekker heen en weer lopen. Af en toe op mijn knieën onder auto’s en bosjes speurend. Dan zie ik haar niet meer en loop terug … zit ze in d’r eigen deuropening! Het is vijftien stappen naar de voordeur en voor haar zes naar de buurauto. Dat zou ook te makkelijk zijn, ik verlies.

Na nog zo’n rondje mij bezig houden ligt ze languit (zeer alert) op haar eigen stoepje voor de voordeur. Veegt uitgebreid haar wangen over de bestrating en rolt ’s lekker om. Springt op om een zoemertje uit de lucht te happen en dat is mijn moment. Het laserlampje haalde ik uit mijn zak en wiebel met het lichtje tussen haar en de voordeur. Het lampje heeft haar aandacht en de stoep waar het lichtje schijnt krijgt een tik, snel stuur ik de woning in en zij vliegt in volle vaart naar binnen. Ik ook en sluit meteen de deur weer achter mij.

Pfffft, dat lucht op. Gelijk gaat mijn telefoon. De woning heeft een bewakingssysteem en de baas zag op de telefoon de voordeur open staan. Poekie heeft dit eerder gedaan en ze had een tip voor me om die eigenwijs weer binnen te krijgen. Ik blij dat ik kon melden dat ze ongedeerd weer binnen was.

Binnen heb ik Poekie met het laserlichtje nog wat afgemat. En honger had ze ook. Op haar eigen kleedje even poetsen en daarna nog ’s lekker dromen over hoe ze mij letterlijk om de tuin had geleid.

Coco gelooft ’t niet meer

EINDELIJK BINNEN

CocoMijn eerste bezoekje aan Coco (& Sammy) ging wat moeizaam. Nadat ik soepel de deur van het nachtslot kon draaien kreeg ik ‘m alsnog niet open. De gevel stond in de volle zon en wellicht was de boel een beetje uitgezet. Trekken aan de deur of een beetje tillen, niets werkte en behalve het nachtslot wel of niet kreeg ik nu ook de sleutel er niet meer uit. Toen de zoon van de buurvrouw met boodschappen passeerde vroeg ik hem maar of ie mij kon helpen. Hij kreeg er net zo min beweging in en vroeg voor de zekerheid of ik wel bij het juiste huisnummer stond. Tja, het adres was juist. Gelukkig kreeg hij de sleutel er wel weer uit. Straks nog maar eens proberen als het zonnetje niet meer op de gevel staat. Ondertussen de poezenbaasjes appen of zij nog tips hebben.

Wat later sta ik gewapend met kruipolie opnieuw voor de deur. Even spuiten in het slot en voor de zekerheid ook gelijk maar aan beide zijden van de sleutel. Wauw … wat een wondermiddel … ik ben binnen. De poezen, die hadden dat gemorrel aan de deur al wel gehad. Kwamen niet mij checken maar keken eens rustig toe of ik nu echt binnen kwam.

Behalve bij de kennismaking kenden ze mij nog niet. Coco zat bij de tuindeur en kwam onder het bijzettafeltje door langzaam naar mij toe. Ik noemde haar Sammy (tot het baasje mij nav een foto liet weten dat dit Coco was). Oeps! Haar maakte het weinig uit, ze luistert naar beide namen.

Ze komt graag op ooghoogte, zodra ik mijn bril op tafel leg staat ze al naast mijn hand. Tuurlijk volgt er dan een kroel. Ze wandelt al koppend tegen mijn buik, alsmaar onder mijn handen door. Dan doe ik de borstel-handschoen aan die op tafel ligt. Over haar rug vindt ze heerlijk maar als ik ook haar buik daarmee wil aaien hapt ze naar de rubberen nopjes. Ik doe ‘m uit en leg ‘m op tafel. Ze zet er een poot op en veegt haar wangen langs de nopjes. De nopjes veren terug en maken een beetje geluid, nu hapt ze er in en al snel is de handschoen haar prooi.

Nu zij daarmee zoet is kan ik die knorrende poes aan mijn voeten wat aandacht gaan geven. In een volgende blog daarover meer.

Kattenkwaad

KATTENKWAAD ALS TIJDVERDIJF

De jongedame Saartje, is er eentje om rekening mee te houden. Zeker nu het buiten zo koud is en ze liever binnen blijft bruist ze van de energie en zint ze op kattenkwaad. Toch doe ik eerst de achterdeur open. Terwijl ik de kattenbak uitschep doet zij buiten een rondje tuin. Dan blaast de koude wind in haar gezicht en zie ik haar een paar stapjes achteruit doen. Vervolgens zigzagt ze naar onder de trampoline, maar ook daar waait die gure wind. Ik had al gemerkt dat het in de voortuin lekkerder (windstil) was. Zij gaat het niet proberen ze is die koude wind nu al zat en ze sjeest naar binnen. Ik vul de bordjes (voor haar en haar vriendje), ze draaien beide luid knorrend om mijn benen. In een laatste poging om ze toch buiten te krijgen zet ik het eten in de tuin, wel in het zonnetje. Daar waar ze in de keuken reikend op haar achterpootjes stond zodra ik de bordjes van het aanrecht pakte, zo staat ze nu in de deuropening te weifelen. Vriend Blesje zit al lekker te eten. Dan toch ook maar daarheen. De achterdeur doe ik voor nu even dicht. Nog voor ze het op heeft staat ze bij de achterdeur te dringen. Dat vriendje tussen de struiken duikt heeft ze geen boodschap aan. Ze wil naar binnen, zelfs liever dan dat ze eten krijgt. Toe maar dan, de bordjes neem ik ook weer mee en zet ik in de keuken. Zij valt gelijk aan en vriendje struint nog even in de tuin.

Na het eten loopt ze gelijk naar de brede vensterbank aan de voorkant en begint zich te wassen. Ik schuif het gordijn een beetje opzij om haar beter te kunnen zien. Haar oogjes worden gitzwart, ze stopt met wassen en heeft veels te veel oog voor mijn hand. Ik maak een geluidje om haar af te leiden … dat werkt, mijn hand beweeg ik nu veilig van haar weg. Ik laat haar eerst verder wassen en ga op zoek naar een speeltje. Daar kan ze niet op wachten en ze leeft zich uit op het vaasje met bloemetjes in de vensterbank. Ze trekt een steeltje naar zich toe en wil in een bloemetje happen. Het steeltje veert terug, dat is léuk! Haphap, tiktik, graai en nog ’s hap. Wanneer ze het bloemetje in haar bek voelt is het blijkbaar niet wat ze had verwacht. Met haar bekje nog open en haar tong naar buiten schudt ze eens flink met haar kop. Verliest door het geschud haar evenwicht en doet snel een stapje zijwaards om niet om te rollen. Bah! Dat ziet er veel leuker uit dan het smaakt. Ze gaat er resoluut met haar rug naartoe zitten.

Haar vriendje komt nu ook binnen en ze dollen wat onder de tafel door. Of eigenlijk is het Saar die loopt te dollen en Blesje berust er in. Het maakt ook nogal een verschil of je bijna twee of twaalf jaar bent. Ze daagt hem uit door vanaf de stoel een tikje tegen zijn rug te geven. Hij laat zich vallen zodat ze vanaf de stoel niet meer bij hem kan. Zij stapt via de rugleuning op tafel naar een andere stoel en als ze ook daar vandaan hem niet kan raken springt ze achter hem weer op de grond. Hij weet al wat er nu komt en rent weg. Zij er achteraan en zo rennen ze om de salontafel, door de keuken en weer terug. Dan is Bles slim, springt op de bank draait zich gelijk om en geeft die kleine kattenkwaad een tikje als ze denkt achter hem aan te kunnen springen. Beetje beduusd is ze gelijk weer rustig.

Tja, als hij niet wil dan maar weer wassen in de vensterbank en een beetje klieren uiteraard. Een knabbeltje aan de luxaflex en een tikje tegen het gordijn, die bloemen effe niet meer. Ik maak een propje, ze hoort het en staat naast me. Ik gooi het propje en ze is er zoet mee. Helaas brengt ze het niet terug dus kom ik naar haar en gooi het weer naar een andere hoek. Zodra het er op lijkt dat ik in mijn eentje speel hou ik het voor gezien en stapt zij de vensterbank weer op.

Met Blesje kroel ik nog wat en als ik de voordeur achter me dichttrek staat Saar voor het zijraampje naar me te zwaaien … of is het graaien? Haha!

Cora houdt van een babbel

BABBEL JE MEE?

Mauw hoor ik gedempt achter de kamerdeur terwijl ik mijn jas ophang. En nog eens mauw als ze me voor het ruitje ziet. Dan stap ik de kamer binnen en volgt er nog meer gebabbel, terwijl ze me indringend aankijkt. Ze krijgt een aai en doormauwend loopt ze samen met me de keuken in. Al snel komen ook stiefbroer en de stiefzusjes erbij. Hun favoriete zachtvoer, brokjes in saus, staat op het menu. En net als altijd is zij de eerste die krijgt. Omdat ze liefst alle bordjes claimt krijgt zij haar portie in het halletje. Ze loopt me keurig al mauwend voor en snel sluit ik de deur als ze begint met eten. Wanneer de anderen ook hebben, hoor ik haar al weer mauwen. Nee, ze heeft het nog niet op, maar is het er niet mee eens dat ze alleen bij haar eigen bordje kan. Ze zal toch echt moeten wachten tot iedereen klaar is met eten.

Zodra iedereen het op heeft open ik de deur en op een drafje schuimt zij de andere bordjes af. Ieder achtergebleven kruimeltje of drupje saus stofzuigert ze naar binnen. En als er dan echt niets meer over is dan is daar weer die mauw. De rest zit in het zonnetje hun smoeltje te wassen, maar zij verwacht wat van mij. Mauw, mauwmauw, ik praat tegen haar terug en er ontstaat een heel gesprek. Ze heeft babbels voor tien. Dan gooit ze zich voor de trap op haar zij en rolt nog steeds mauwend eens over haar rug. Met alle pootjes in de lucht kronkelt ze over de vloer. Nee, je buik kom ik nu niet aan, jij kijkt veels te fel. In plaats daarvan rol ik een pingpongballetje naar haar toe. Ze mept het terug en zo gaat het balletje een paar keer heen en weer. Dan gooi ik het speelgoedmuisje, die graait ze met haar voorpoten zo uit de lucht.

Met het muisje in haar bek stapt ze onderwijl mauwend er mee op de bank. Je zou bijna denken dat het een echte muis is en hij probeert te ontsnappen, want ’t vliegt alle kanten op. Zodra het spel wat rustiger is kom ik naast haar op de bank zitten. Ze krijgt een aai en beantwoord die met geknor en natuurlijk een babbel. De muis is vergeten … kroeltijd … lekker met twee handen geaaid worden.

Zodra ze zich een beetje tevreden oprolt komt één van de anderen op schoot. Met gemauw maakt ze duidelijk dat er toch echt minimaal één hand voor haar is. Dat kan prima en nu liggen er twee genietend te knorren.

Een half uurtje later trek ik mijn jas weer aan en zodra ik buiten ben zit zij op de bankleuning naar me te mauwen. Dag Cora, morgen babbelen we verder.

Knorrie

KNORRIE DE KAT ZONDER VACHTJE

Wat een verschillende reacties krijg ik wanneer ik vertel dat ik voor een sfynx-katje ga zorgen. Dat varieert van een moeilijke blik tot ‘wat grappig’ en ja … ‘zo’n kat vindt ik een beetje eng’. Nou ik kan je vertellen vanaf het eerste moment dat ik hoorde dat het om zo’n katje ging werd ik helemaal blij. Knorrie, zo heet deze jongedame, is prachtig, lief, voelt heerlijk warm en is behoorlijk eigengereid.Vooral die laatste eigenschap hoort bij katten, maar zij is de overtreffende trap. En wat is ze fotogeniek!

De eerste keer dat ik kom trippelt ze me al tegemoet, kijkt me recht aan, ruikt aan mijn uitgestoken hand en draait zich dan resoluut om. Bij iedere paar stappen die ze doet krijg ik telkens die indringende blik dat er iets van mij verwacht wordt. Onderweg zie ik dat haar ‘bed’ op de grond is gegleden, maar belangrijker voor haar is dat haar bord nu leeg is. Knorrie (een naaktkat in het algemeen) heeft een wat warmere lichaamstemperatuur als soortgenootjes die wel een vacht hebben. En warmer stoken kost natuurlijk meer energie dus ze eet als een dijker. Haar bordje staat naast de deur naar de voorraadruimte en ik was zo dom het al neer te zetten voordat ik de deur dicht deed. Nu moet ze opzij om de deur er langs te laten. Het is geen miauwen wat ze doet, meer een combinatie van grom en murmel en het klinkt ontzettend ontevreden. Moest ze al wachten op haar eten nu ook nog eerst aan de kant. Grmbl!

Voor het raam boven de verwarming is een zitbankje gemaakt. Met een warm en wollig dekentje is dat haar favoriete plekje. Ze kan zo vanaf 1 hoog de drukke straat beneden goed in de gaten houden zonder zelf gezien te worden. Liefst kruipt ze zo diep in de dekens dat alleen haar neusje er nog onderuit komt. Ik vouw haar bedje weer op het bankje en als ik het openhoudt wanneer ze terugkomt van het eten laat ze zich heerlijk instoppen.

Toen ik kwam kennismaken zat ze al enorm te knorren en ook nu een tevreden geknor. Ik dacht dat ze daar haar naam van had gekregen, maar nu ik de foto’s terugkijk. Dat velletje met donshaartjes, haar kleur, ik zie voor me hoe ze loopt en vooral hoe ze haar staart in een krul houdt, moet ik onbewust toch aan een biggetje denken. Zou ze daarom Knorrie heten?

Ze is hoe dan ook een bijzondere schat. Welterusten Knorrie, tot morgen!

Facebook
Facebook
Google+
Twitter
Pinterest
Pinterest