Selecteer een pagina

Eiland hoppen

OP EEN ONBEWOOND EILAND

Lanharige lapjespoes op de duikplankEerder was ik al eens mee met een paar oppaspoesjes die bij mooi weer met hun baasje(s) meegaan naar een eilandje. De ideale manier om los buiten met ze te zijn zonder dat ze ontsnappen. Toen in januari Lima bij mij kwam wonen werden we uitgenodigd om samen nog eens naar het eiland te reizen.

Zoals de foto’s laten zien zijn we op een prachtige dag op dat aanbod in gegaan. De reis van een  uurtje met de auto en een kwartiertje met de boot is voor Lima geen probleem. (Ze is geboren in Rusland en na een paar jaar Duitsland naar mij gekomen.) Omdat ze normaal alleen in de vervoersmand buiten komt was ze zwaar onder de indruk van wat er buiten allemaal was. Zo roze had ik haar neusje nog niet eerder gezien. Met ook haar bekkie in de snuifstand werd de omgeving geïnhaleerd. In slowmotion stapte ze door dat ‘gekke’ gras en verkende het eiland. Al snel durfde ze ook te verdwijnen in het groen en achter de caravan waar ze mij niet meer kon zien. Zodra er een ander bootje voorbij kwam moest ze even checken wát dat geluid was en waar het heen ging. Verschillende watervogels maakten zich druk, meeuwen vlogen over en zij keek haar ogen uit.

Natuurlijk had ik gewoon kraanwater en haar eigen brokjes mee. Die brokjes had ze geen tijd voor, wel dorst. Het eiland heeft een onderhouden schoeiing en het water klotst er tegenaan. Als ze al weet dat ze het kan drinken zie ik haar dat niet snel doen.

Lapjespoes op de armleuning van een stoelNa een uurtje zoveel indrukken gaat ze op onderzoek in de caravan. Als ik even later ga kijken ligt ze uitgestrekt in diepe slaap op het bankje. Na een half uurtje slapen maak ik haar wakker met de meegebrachte fazantenveer. Zij kende die veer al en vindt het eiland interessanter. Het spel wordt overgenomen door Daisy (het oppaskatje) die met name de geuren van Lima aan die veer erg lekker vindt.

Weer thuis heeft ze goed gegeten en heeft niet alleen die avond, maar ook bijna de hele volgende dag op apegapen gelegen. Gelukkig is ze nog steeds niet geïnteresseerd om te ontsnappen, maar ik gun haar wel dat ze mee kan in de ommuurde tuin. Alleen omdat ze nergens mee te lokken valt en makkelijk afgeleid raakt, wordt dat een proces waarbij ze een gps-tracker zal dragen.

Nachtbraker Lou

HET LEVEN VAN EEN NACHTBRAKER

Zwarte kat ligt languit op bedLou is een jonge nachtbraker. Het liefst struint hij ’s nachts buiten om vervolgens de hele dag op bed te liggen. Hij is gewend aan zijn eigen baasje en vertrouwd het niet gelijk wanneer ik over de vloer kom.

Mijn eerste bezoekje is ’s morgens en Lou zit al op de tuintafel voor de schuifpui te wachten tot hij binnen gelaten wordt. Gelijk ziet hij dat het niet zijn baas, maar een vreemde is die aan komt lopen en hij springt weg van de schuifdeur. De deur laat ik een stukje open staan en ga in de keuken zijn bordje vullen. Dat helpt, hij heeft honger en strijkt al voor ik klaar ben knorrend langs mijn benen.

Terwijl hij eet aai ik hem met twee handen en zijn geknor gaat nog een standje harder. Dan sluit ik de schuifpui en kom naast hem zitten. Hij eet wel door, maar is hier niet gerust op. Zodra zijn bordje leeg is kijkt hij mij eens aan en ik steek mijn hand uit. Met een boogje gaat hij daar op een drafje omheen richting trap. Ik volg hem en hij stopt halverwege. Geeft nu kopjes tegen de spijlen en tussen de spijlen door mag ik hem toch weer aaien. Maar zodra ik me langs de leuning beweeg om naar hem toe te komen is ie in twee sprongen uit beeld.

Ik volg toch en zie hem plat op bed liggen. Oogjes en oortjes net boven het dekbed uit en de rest van zijn lijf zo plat mogelijk. Wanneer ik dichterbij kom wordt ie daar duidelijk een beetje zenuwachtig van. Ik zie twijfel of ie zal blijven of vluchten. Ik ga bij het raam op een stoel zitten en hij blijft. Na een paar minuutjes niets doen begint hij dan toch te wassen. Ik kom met stoel een stukje dichterbij … het wassen stopt en gaat toch weer door. Zo verplaats ik mij in tien minuten tot naast waar hij ligt. Dan leg ik mijn hand op het dekbed en bijna was ie alsnog weg. Maar nee, hij besluit aan mijn hand te willen ruiken. Langzaam til ik één vinger op en mag hem boven zijn neus kriebelen.
Zwarte kat steekt tong uitDie ene vinger worden er twee en al snel ligt ie met z’n wangen in mijn door kriebelende hand. Mijn hand ligt nu open op het bed en hij biedt zijn kop rondom aan. Zijn pupillen zijn niet meer zo groot en ik leg ook mijn andere hand op het bed. Dat is te eng, meteen weer compleet zwarte pupillen. Zo hebben we een paar dagen nodig voor ik hem helemaal mag aaien waar hij duidelijk van geniet. Hij blijft daarna op bed en ik zet een schaaltje brokjes neer voor gedurende de dag.

Als ik ’s avonds terug kom staat hij me bij de tussendeur op te wachten. Hij laat zich aaien, eerst liever tussen de spijlen van de trap door, maar na een paar dagen ook rondom mijn benen.  Hij eet wat terwijl ik op de bank zit, dan komt hij krabbelen aan de deurmat en ik open de schuifpui. Op het terras gaat ie zitten wassen, maar houdt wel in de gaten wat ik binnen doe. En als de schemer dan inzet is het tijd om de nachtbraker uit te hangen. De volgende ochtend begroet hij mij vanaf de tuintafel. Hij veegt met zijn voorpoot tegen het raam en deinst niet meer terug als ik dichterbij kom. Hij heeft besloten vriendjes te willen zijn en na het eten hoor ik hem boven roepen als ’t even duurt voor ik achter hem aan kom. Een knorrende kroelsessie is de afsluiter van mijn bezoek.

Poez en nestje

NESTJE VAN POEZ

Poez liep al wat langer rond bij de manege. Een eigen baasje leek ze niet te hebben en gechipt was ze ook niet. Paardenmensen houden wel vaker van meer beestjes en Poez vond blijkbaar dat ze hier een prima plekje had.

Maar toen haar buik steeds dikker werd heeft ze het geluk gehad met zo’n paardenmens mee naar huis te mogen. Daar bleek al snel dat ze in het verleden wel van iemand geweest moest zijn. Ze gebruikte netjes de kattenbak en liet zich graag aaien en kroelen. Een heel sociale kat die bijna constant spint.

Inmiddels is ze bevallen. De eerste kwam op het bed van haar nieuwe baas dus met een vaartje werd ze naar de inmiddels aanwezige bench verhuisd. Al snel vond ze de kast een betere kraamkamer en verplaatste haar zes kittens daarheen. Kast werd leeggemaakt, het bedje uit de bench in de kast … iedereen tevreden.

En toen was ik de mazzelaar die een weekendje voor ze mocht zorgen. Hier twee weekjes oud en allemaal een eigen gouden mandje in het vooruitzicht.

Kunnen bordjes vliegen?

JIP LAAT ZE VLIEGEN

Om de dag krijgen Jip (en zijn zusje Janneke) een bordje zachtvoer. Beiden zijn ze er mega dol op. Wanneer je per ongeluk met iets tegen hun bordje stoot dan vliegen zij in volle vaart naar dat geluid. Ook al zijn ze drie terrassen verder, dat geluid draagt blijkbaar ver. Om diezelfde reden is het een uitstekende manier om ze binnen te krijgen, wanneer je weg moet.

De eerste keer was ik natuurlijk benieuwd hoe ze er op zouden reageren, nou dat heb ik geweten. De bordjes zette ik op het aanrecht en nog voor ik het blikje in mijn hand nam was Jip er ook. Zie dan nog maar eens twee porties te verdelen. Als hij de kans krijgt hapt hij het van de lepel of graait uit het blikje al voor ’t in een bakje zit. Ik was al gewaarschuwd om de portie van z’n zusje achter een andere deur te geven, want deze schrokop werkt alles bloedsnel naar binnen, nog voor z’n zusje de kans krijgt. Met kunst en vliegwerk lukt het me zowaar zonder hem echt te laten ‘stelen’ om de porties in de bordjes te krijgen. Ik zorg dat zijn aandacht op het bordje in mijn hand is en hij volgt meteen naar de grond. Echter voor ik het neer kan zetten geeft ie met zijn poot een graai en is mijn grip maar net stevig genoeg om niet de inhoud door de keuken te lanceren.

Nu snel Janneke laten volgen naar het halletje en haar bordje daar neerzetten. Pfoe, net haastig genoeg, ik sluit de deur precies voor zijn neus. Zo rap kan hij het zijne toch onmogelijk op hebben. Daar vergis ik me in. Behalve echt brandschoon likken is het echt al op. Terwijl ik wacht tot zijn zusje aan de andere kant klaar is kijkt Jip mij aan alsof hij nog niets gehad heeft. Dan doe ik de deur weer open en hij vliegt naar het andere lege bordje, likt er toch nog wat uit en snel weer terug naar het zijne om alsnog brandschoon te likken. Echt alles is op en ik buk om ook zijn bordje op te pakken. Met een hoop gekletter laat hij beide bordjes vliegen. In mijn hand … dat betekent eten, dus híerrrr met die bordjes graai/mep. Zelf schrik ik van de klereherrie die zo’n met gekletter neerkomend metalen schaaltje veroorzaakt. En twee tegelijk is echt kabaal. Hij is zelfs niet een klein beetje onder de indruk.

M’n lesje geleerd manoeuvreer ik ze naar buiten en was de bordjes schoon. Mauw klinkt het achter de deur. Mauw, mauw, mauhauw!

Dat doen we de volgende keer helemaal anders. Buitendeur even dicht voor ik ook maar naar een bordje wijs. Zo laat ik me niet meer verrassen denk ik … totdat … het drinkwater aan verversing toe is. Ook nu een onverwachtse BOINK tegen mijn pols. In een ander leven was ie vast piloot hij is dol op vliegen. Zucht!

Coco gelooft ’t niet meer

EINDELIJK BINNEN

CocoMijn eerste bezoekje aan Coco (& Sammy) ging wat moeizaam. Nadat ik soepel de deur van het nachtslot kon draaien kreeg ik ‘m alsnog niet open. De gevel stond in de volle zon en wellicht was de boel een beetje uitgezet. Trekken aan de deur of een beetje tillen, niets werkte en behalve het nachtslot wel of niet kreeg ik nu ook de sleutel er niet meer uit. Toen de zoon van de buurvrouw met boodschappen passeerde vroeg ik hem maar of ie mij kon helpen. Hij kreeg er net zo min beweging in en vroeg voor de zekerheid of ik wel bij het juiste huisnummer stond. Tja, het adres was juist. Gelukkig kreeg hij de sleutel er wel weer uit. Straks nog maar eens proberen als het zonnetje niet meer op de gevel staat. Ondertussen de poezenbaasjes appen of zij nog tips hebben.

Wat later sta ik gewapend met kruipolie opnieuw voor de deur. Even spuiten in het slot en voor de zekerheid ook gelijk maar aan beide zijden van de sleutel. Wauw … wat een wondermiddel … ik ben binnen. De poezen, die hadden dat gemorrel aan de deur al wel gehad. Kwamen niet mij checken maar keken eens rustig toe of ik nu echt binnen kwam.

Behalve bij de kennismaking kenden ze mij nog niet. Coco zat bij de tuindeur en kwam onder het bijzettafeltje door langzaam naar mij toe. Ik noemde haar Sammy (tot het baasje mij nav een foto liet weten dat dit Coco was). Oeps! Haar maakte het weinig uit, ze luistert naar beide namen.

Ze komt graag op ooghoogte, zodra ik mijn bril op tafel leg staat ze al naast mijn hand. Tuurlijk volgt er dan een kroel. Ze wandelt al koppend tegen mijn buik, alsmaar onder mijn handen door. Dan doe ik de borstel-handschoen aan die op tafel ligt. Over haar rug vindt ze heerlijk maar als ik ook haar buik daarmee wil aaien hapt ze naar de rubberen nopjes. Ik doe ‘m uit en leg ‘m op tafel. Ze zet er een poot op en veegt haar wangen langs de nopjes. De nopjes veren terug en maken een beetje geluid, nu hapt ze er in en al snel is de handschoen haar prooi.

Nu zij daarmee zoet is kan ik die knorrende poes aan mijn voeten wat aandacht gaan geven. In een volgende blog daarover meer.

Facebook
Facebook
Google+
Twitter
Pinterest
Pinterest