Selecteer een pagina

Nooit meer

MIJN ALLERLIEFSTE BIBI

Nooit meer 2Nooit meer je goedemorgenpurr zodra je me ’s morgens zag.
Nooit meer je mekker dat ik je buik moest komen kroelen.
Nooit meer bij je bordje in de keuken wachtend op (meer) eten.
Nooit meer je tevreden gesnurk.
Nooit meer met mijn hele gezicht in je vacht.
Nooit meer in de vaatwasser klimmen om de restjes af te likken.
Nooit meer hangen aan en over mijn schouder.
Nooit meer zo jaloersmakend lekker slapen.
Nooit meer mijn dankbare fotomodel.
Nooit meer kusjes op je voorhoofd.

Een prachtige lilac Brits korthaar die in 2002 bij ons kwam wonen. Zo’n anderhalf jaar geleden was op de zetel springen ineens een probleem. Een bloedonderzoek wees uit dat een te traag werkende schildklier (zeer zeldzaam bij katten) uitval veroorzaakte. Hiervoor bestaat geen medicatie, maar prednison deed wonderen. Lopen ging wat instabiel en ook springen lukte niet zo goed meer. Een paar maanden later veroorzaakte een ongelukkige val kapotte kruisbanden. Een zware operatie met bijbehorende revalidatie was gezien haar leeftijd en conditie een slecht plan. Met pijnstillers en wat tijd werd toch de mobiliteit weer beter. Springen ging toen niet meer, ook vanwege flink artrose, maar met tuinkussens op de vloer en strategisch wat doosjes als trapje kon ze toch weer op alle lekkere plekjes liggen. Zelfs naast me op tafel waar ik achter de computer werkte. Ook zittend tussen mij en m’n toetsenbord hield ze uren vol. Met ondertussen veel knuffels en nog meer purrr!

Nooit meer 1Met het verstrijken van de maanden zag ik het weliswaar langzaam toch steeds een beetje minder worden. Ze sliep meer en ook de verzorging van haar vacht behoefde wat hulp. En ineens was daar die laatste dag dat haar koppie nog wel wilde, maar het lijf zo duidelijk niet meer. Ergens ben ik opgelucht dat het zo snel zo duidelijk was en lijden haar bespaard is gebleven. Al had ik haar persoonlijk liefst nog jaren bij me gehad, weet ik ook dat ruim 16 jaar voor een raskat al heel erg oud is. We hebben samen met de andere katten een hele fijne tijd gehad.

Mijn dagen zullen nooit meer hetzelfde zijn. Zo’n groot, altijd bescheiden aanwezig, deel van mijn leven. Ik hoop haar in mijn dromen nog oneindig veel te knuffelen!

Bevroren Dyrie

BEVROREN VANWEGE DE FOTO

Iedere familie heeft er wel eentje. Diegene die altijd hetzelfde op de foto staat. Normaal is er niks aan de hand, maar zodra er een camera wordt gericht dan krijg je of die standaard cheese-smile of zo’n vreemd ‘bevroren’ afwachtend moment.

Poes Dyrie wordt niet makkelijk met iedereen vriendjes. Ook wanneer zij eten krijgt wil ze pas komen zodra ik zelf een paar stappen weg ben. Bij de meesten helpt het ook wanneer ik zelf niet blijf staan, maar op de grond ga zitten of liggen. Wel nog steeds een paar meter verderop graag. Zodat er gegeten kan worden zonder de verrassing ineens aangeraakt te worden. En na een paar dagen ging het al beter, maar toen lag ik daar ineens met camera op de vloer. Je ziet haar denken: ‘Wat heb je daar? Moet ik daarvoor uitkijken?’ Ze is er zo door geobsedeerd dat broer en zus al klaar zijn met eten en aan het hare willen beginnen. Om in te grijpen kom ik overeind. Dat is té erg en zoefff zit ze onder het bed. De andere twee dirigeer ik de slaapkamer uit en sluit de deur achter me. Kom ik over tien minuutjes wel checken.

Het bordje is leeg wanneer ik de deur weer open. Ik ga weer naar beneden in de verwachting dat ze komt. De anderen spelen samen of kroelen met mij en zij is er gewoon graag bij. Ik zie wel dat ze vriendjes wil worden maar ze durft niet en nu met die camera er tussen is het nog eens extra spannend. Zolang ik maar een tijdje stil op de bank zit laat ze zich door de anderen toch tot spelen verleiden. Dan til ik de camera op en het is alsof er een pauzeknop is ingedrukt. Opnieuw de bevroren houding met de blik dat ze alert is op iedere verandering. Als een standbeeld zit ze daar.

Ik leg de camera opzij en kom al pratend met uitgestoken hand in slow-motion naar haar toe. Ze komt overeind en is in twijfel. Die aai wil ze graag hebben, toch spant haar lijf zich om weg te spurten. M’n vingers raken haar rug, haar staart gaat omhoog en haar rug veert tegen mijn hand. Dit wil ze zo graag, de knormoter gaat aan al is ze duidelijk nog op haar hoede. Zolang ik maar slow-motion doe mag ik zelfs met twee handen tegelijk aaien. Ik pak de stoel om naast haar te gaan zitten. Dat maakte geluid onder de tafel en vrijwel direct zit ze weer een paar meter bij mij vandaan.

Voor vandaag genoeg spanning, morgen nog maar eens proberen!

Het ontdooien van Odin

ODIN IS ER EVEN NIET

Brits korthaar op de bankIk heb me laten vertellen dat Odin van eten en kroelen houdt, maar bij mijn eerste bezoekje ligt hij plat op zijn kleedje. Kijkt absoluut niet naar mij en doet overduidelijk zijn best om er níet te zijn. Doodsbenauwd is ie van me en wanneer ik hem even met rust laat door in de keuken zijn bordje te vullen is ie ‘kwijt’ bij terugkomst. Omdat ik allang gezien had dat hij waarschijnlijk zou vluchten had ik de kamerdeur achter mij gesloten en moest hij hier dus nog zijn. Langzaam inspecteer ik mogelijke schuilplekjes. Achter het tv-meubel, achter het gordijn, op de stoelen onder tafel, misschien toch al achter de wasmachine in de keuken, maar nee daar is ie allemaal niet. Ik ga op mijn buik op de vloer liggen en zie een stukje staart onder de hoes van de luie stoel. Dan schuif ik naar waar zijn voorkant moet zijn en til de hoes een stukje op. Twee gitzwarte oogjes kijken mij aan onder doorlopend geslik zie ik hem denken … ik ben er niet … ik ben er niet … ik ben er niet! Zij ziet mij niet!

Ik laat de hoes weer zakken, haal een paar brokjes uit zijn bordje en leg een spoortje, van voor zijn neus tot aan de eettafel. Zelf ga ik stilletjes op de bank aan de andere kant van de kamer zitten. Binnen vijf minuten volgt hij het spoor brokjes. Zodra we elkaar weer kunnen zien zeg ik zijn naam en als hij kijkt steek ik mijn hand uit. Meteen gaat hij knorren en een beetje weifelend komt hij wel naar mijn hand. Hij laat zijn wang kroelen en knort nog wat harder. Toch nog steeds erg spannend slikt hij nog ’s een paar keer extra. Dan gaat hij in sluiphouding naar de keuken en hoor ik hem bij zijn bordje. Zachtjes sta ik op, niet zacht genoeg, want hij vliegt vanuit de keuken onder de eettafel. Okay ik ga wel weer zitten. Wanneer ik met zijn baasje zit te appen staat hij ineens naast me op de bank tegen m’n hand aan te duwen. Het ijs is gebroken er kan gekroeld worden. Nog wel in slow-motion, maar wat vindt ie het lekker.

De volgende dagen kruipt hij onder zijn veilige stoel zodra ik de sleutel in het slot steek, maar is er alweer onder vandaan voor ik mijn tas op tafel zet. Grappig is dat hij nooit aan de voorkant onder de stoel vandaan komt, maar steeds plots verschijnt tussen stoel en muur. Alsof ik dan niet weet dat hij daar zat. Haha!

Nu hij met mij op zijn gemak is, is hij een relaxte kat. Wassen gaat nogal warrig met hier en daar een poets, daarbij draait hij zich in de onmogelijkste bochten om uiteindelijk in een beetje een hanghouding op de bank in de rondte te kijken. Meestal zit hij net binnen aanraakafstand en als ik dan een poot of stukje staart beroer komt hij overeind om meer kroel te halen. Een uitgebreide borstelbeurt was helemaal feest. Niet over z’n buik, maar rug en zijkanten draait hij afwisselend voor. Lekker hoor als die dikke jas weer een beetje uitgedund is. Nu kunnen we ook weer knuffelen zonder een wolk dwarrelende losse haren.

De speeltjes in huis liggen telkens ergens anders. Hij speelt er dus duidelijk ook in zijn eentje mee. Het leukst vindt hij de hengel met ’t balletje. Zachtjes raak ik met het balletje zijn kop aan en hij graait er op los. Al snel ligt hij op zijn rug met alle poten in de lucht. Af en toe is hij afgeleid door passerende fietsers of bootjes die wat luidruchtig voorbij varen. Na een kwartiertje ploft hij op de bank, genoeg gespeeld, tijd voor kroelen. Heerlijk (ook voor hemzelf) dat hij niet bang meer is.

Papieren tasje

Het papieren tasje is Bibi’s favoriet

Bibi in papieren tasje op de bankIedereen weet dat katten er van houden om in een doosje te kruipen. En als je bezoek een tas bij zich heeft duurt het ook niet lang voor de kat daar in kruipt. Maar sinds de gratis plastic tasjes zijn afgeschaft is daar ineens het milieuvriendelijke papieren tasje voor in de plaats gekomen. Meestal maar voor eenmalig gebruik, omdat zo’n tasje snel scheurt wanneer je iets zwaarders wilt vervoeren en als het regent heeft zo’n tasje al helemaal geen zin.

 Het net geleegde papieren tasje staat nog rechtop op tafel en Bibi springt er meteen in. Liggen past niet, ze is te groot om languit op de bodem te passen. Maar zittend beschouwd ze het als een troon. Trots zit ze de volgende 10 minuten knorrend in haar tasje. Het tasje plat leggen is echter ideaal. Liefst op een zachtere ondergrond zoals bijvoorbeeld de bank.

Het papier is stijf en ze kan zo het tasje inlopen. Dan is het een kwestie van lekker krakend haar draai vinden en is ze voor uren in dromenland in haar nieuwe nestje. Hoewel het tasje niet strak om haar heen zit wordt het soms toch te warm, zoals afgelopen week. Dan verplaatst ze zich naar de koude vloer om even later toch weer in het tasje te kruipen.

Bibi in papieren tasje op de bank_V5R3311a-web

Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voor de andere katten haar plekje in willen pikken. Vooralsnog doet ze ongeveer een week met zo’n tasje voor het stuk raakt en ze weer een ‘verse’ krijgt.

Binnenkat

Bibi een binnenkat in bedDe kat is van nature een jager, maar hoeft al jaren (net als de mens) niet meer op die manier voor z’n eten te zorgen. Wel hoort dit gedrag nog bij de opvoeding. Maar wie kent het niet dat een buitenkat dat vogeltje of muisje trots thuis komt brengen en helemaal geen aanstalten maakt het op te eten. Zolang er nog beweging in de prooi zit spelen ze er nog mee, maar eenmaal levenloos verliest de kat z’n interesse. Dus voor een prooi of eten naar buiten is niet meer nodig. Voor de energie is er wel behoefte aan dit gedrag. Dat kan echter heel makkelijk op andere manieren ook als binnenkat.

Uit zichzelf gaan ze zeker 1x per dag aan het rennen. Hier in huis is dat als ze naar de bak geweest zijn, in volle vaart de trap op en af of spontaan een soort van tikkertje met elkaar. Liefst ergens op, overheen of tussendoor. Daarnaast houden ze van aandacht en zijn er zoveel leuke speeltjes te koop (of te vinden, een propje zilverpapier, een rozenbottel van een struik en ’s winters bv een eikeltje) waarmee je samen met je kat kunt spelen. Je kat laat je vaak goed weten wanneer het tijd is voor zulk soort aandacht.

Lekker in het zonnetje slapen kan achter glas minstens zo lekker, immers geen buurtkatten of -kinderen die ze dan uit hun slaap houden. Voor als het zonnetje niet schijnt is een plekje waar ze ‘in’ kunnen liggen erg prettig. Zoals ’t doosje uit de supermarkt of een zachte Bibi een binnenkat gebruikt de krabpaalkattenmand op een rustig (warm) plekje in huis. Ook liggen ze graag hoog zoals bovenop de kast.

Behalve rennen spelen en slapen is er ook de behoefte het territorium af te bakenen. Om je meubels te beschermen tegen hun nageltjes zul je iets anders aantrekkelijkers moeten bieden. Een krabpaal of -plank is daar een prima oplossing voor. Zorg dat zo’n plank goed vast zit, want als ie meebeweegt zoeken ze zelf een alternatief. Sommige katten willen het liefst horizontaal krabben en nemen dan graag de deurmat. Wil je dat niet kijk dan eens bij de dierenwinkel voor oplossingen.

Al het benodigde van buiten kun je binnen dus ook bieden, waardoor gevaren zoals verkeer, vergiftiging & besmetting, diefstal of mishandeling geen zorg meer zijn. Niet dat er binnen geen gevaren zijn (kantelramen, gasfornuis, slaapplekje in de wasdroger) maar daar ben je allemaal zelf bij om je kat te beschermen.

Facebook
Facebook
Google+
Twitter
Pinterest
Pinterest