Selecteer een pagina

WAAROM WANTROUWEN

Zwart witte poes wast zich met haar voorpootjePuk zit in haar eigen stoel zich te wassen en kijkt even op bij mijn binnenkomst. Ze krijgt een aai en gaat rustig verder wanneer ik ga zitten. De kamerdeur laat ik open in de hoop dat haar, mij nog wantrouwende, vriendje ook beneden komt. Ze is klaar met haar gezichtje wassen en komt naar me toe voor wat aandacht. Languit liggend naast me op de bank laat ze zich aaien terwijl ze in de gaten houdt wat er buiten allemaal langs het raam voorbij komt. Dan zijn er geluiden onder het raam die ze vanaf de bank niet kan zien. Tijd om in de vensterbank te gaan zitten. Naast de vaas schijnt haar vaste plekje te zijn. Dat snap ik wel, want de vaas is bovenaan smal waardoor haar snorharen vrij blijven als ze links en rechts wil kijken.

Ik vertrek naar de keuken om hun eten neer te zetten. Ze hebben elk hun eigen brokjes. Deze slanke dame op het aanrecht en haar stevige vriendje op de grond. Dat vriendje is nogal van ’t eten en zou liefst de hele dag onbeperkt dooreten. Natuurlijk kan hij best ook op het aanrecht komen, maar bedenkt dat vaak niet gelijk en kan zij rustig gewoon van haar eigen voer eten. Heel kat-eigen eet zij graag vaker kleine beetjes, maar dan moet ze wel de kans krijgen vóór hij alles op ‘stofzuigt’.  Vandaag heeft ze bedacht de rollen eens om te draaien en eet eerst wat brokjes uit zijn bakje, hij laat zich immers nog niet zien.Britse korthaar in de kleur Black Smoke kijkt vol wantrouwen bij het proberen de deur te openen.

Wanneer ik een poosje stil ben komt toch ook Odin de kamer binnen. Die heeft het eten gehoord en dat is nou eenmaal belangrijker dan zijn angst voor mij. In de sluiphouding beweegt hij langs de muur onder de tafel door naar de keuken. Zodra ik hem hoor eten sluit ik de deur naar boven. En als ik daarna om het hoekje de keuken in kijk schiet hij langs me heen naar die deur. Tja, zo eng is het helemaal niet, ik doe niets behalve naar hem kijken. Puk komt nog een aai halen en ik steek mijn andere hand naar hem uit. Heel voorzichtig komt hij dichterbij. Snuffelt aan mijn hand en laat zijn wang aanraken. Dan klop ik naast me op de bank, maar daar is ie nog niet aan toe. In iets minder sluipstand dan net gaat hij weer naar de keuken. Bij terugkomst is daar weer mijn hand. Ik heb me laten vertellen dat hij dol is op aaien. Dus als ie eenmaal weet wat die hand kan zal ie vast ontdooien. We verkennen elkaar op aanraakafstand en bijna ongemerkt zit/ligt hij tegen me aan. Ja aaien is bijna net zo lekker als eten en daar kan ie wél onbeperkt van krijgen.

De kamer vult zich nu met gezellige geluidjes van twee katten purrend en miewend met elkaar ‘in gesprek’. Zo fijn als ze het saampjes leuk hebben.

Facebook
Facebook
Google+
Twitter
Pinterest
Pinterest